Onderzoeksbureau Panteia bevestigt beeld branche: 80% van kosten zorgvervoer loopt door terwijl vervoer stilligt

Gemeenten, zorginstellingen en verzekeraars doen er – ook voor hun eigen bestwil – goed aan om het zorgvervoer komende tijd gewoon door te betalen, ook nu het vervoer grotendeels stilligt. Het leed is op langere termijn anders niet te overzien, vrezen de sociale partners in het zorgvervoer (KNV Zorgvervoer en Taxi, FNV Taxi en CNV Vakmensen). Uit onderzoek van onderzoeksbureau Panteia blijkt namelijk dat ruim 78% van de kosten gewoon doorlopen, of de taxi’s nu rijden of niet. Hiermee zien sociale partners bevestigt wat eerder werd gedacht, dat het om ongeveer 80% zou gaan.

Het onderzoek door Panteia is uitgevoerd in opdracht van de sociale partners. Die wilden graag weten welk deel van de kosten doorlopen, nu het coronavirus het zorgvervoer (voor leerlingen, zieken en ouderen) grotendeels heeft stilgelegd. Hier geeft het rapport nu duidelijkheid over. “Je ziet in het rapport dat ruim 78% van de kosten doorlopen”, zegt KNV-voorzitter Bertho Eckhardt.

Sociale partners roepen gemeenten, zorginstellingen en verzekeraars dan ook op: red het zorgvervoer en betaal niet-gereden zorgvervoerritten gewoon door.

Afspraken in vervoerscontracten
In vervoerscontracten die gemeenten, zorginstellingen en ziektekostenverzekeraars afsluiten met vervoerders, is meestal afgesproken dat wordt betaald voor het daadwerkelijk verrichte vervoer. Dat betekent omgekeerd ‘geen vervoer, geen betaling’. Die bepaling gaat ertoe leiden dat veel vervoerders direct in financiële problemen komen als opdrachtgevers eraan vast houden. De bedrijfstak gaat namelijk al jaren gebukt onder te scherpe tarieven, waardoor er geen financiële reserves meer zijn.

Het noodpakket van het Rijk gaat het probleem voor het zorgvervoer niet oplossen, omdat werkgevers bijvoorbeeld lang niet genoeg zullen hebben aan de aangekondigde NOW. Eckhardt: “Ongeveer 60% van de kosten van een bedrijf bestaat uit loonkosten. In geval dat alle omzet wegvalt, komt er in de NOW 90% compensatie van de loonsom, in de vorm van 80% als voorschot. Dat betekent dat uiteindelijk 10% voor rekening van de bedrijven blijft. Tel daar alle overige  kosten bij op, die doorlopen en iedereen begrijpt dat bedrijven die situatie niet een paar maanden vol kunnen houden”. Over dat deel van de kosten waar ondernemers via de NOW geen compensatie voor krijgen, geeft het Panteia rapport ook duidelijkheid. “Je ziet in het rapport  dat bijna 28% van de kosten doorlopen, ook al zouden de vervoerders aanspraak  maken op de NOW’, vervolgt Eckhardt.”

De ritten die vervoerders nog wèl doen zijn overigens veel duurder dan normaal gesproken. Enerzijds omdat deze ritten niet meer gecombineerd kunnen worden met andere ritten en er veel lege kilometers gereden worden. Ook daar moeten opdrachtgevers in tegemoet komen. “We zien dat gelukkig al terugkomen in het standpunt dat Zorgverzekeraars Nederland inneemt”, aldus Eckhardt. “Nu de rest van de opdrachtgevers nog.”

Signalen van chauffeurs

Bij vakbond CNV Vakmensen stromen intussen de signalen van chauffeurs binnen. “Zij zitten noodgedwongen thuis en weten niet waar ze aan toe zijn. Hun contracten worden niet verlengd of ze worden opeens ze niet meer ingezet”, aldus CNV-bestuurder Agostino di Giacomo Russo. “Het is dus ook voor veel werknemers een financieel heel onzekere tijd.”

Hoe staan we er straks voor?

“Uiteindelijk moeten opdrachtgevers nadenken over de vraag ‘hoe staan we er straks voor met het zorgvervoer na de Corona crisis”, aldus FNV-bestuurder Minke Jansma. “Er voltrekt zich straks een maatschappelijk drama, als de komende periode overal bedrijven failliet gaan. Dat betekent heel veel leed bij werknemers, maar ook bij  gebruikers van het vervoer. Daar waar een vervoerder wegvalt, zullen overblijvende partijen niet in staat zijn dat op te pakken, waardoor het vervoer van kwetsbare doelgroepen, als ouderen, patiënten en gehandicapten, komt stil te vallen. Dat kunnen we met elkaar niet laten gebeuren, , opdrachtgevers in het zorgvervoer pak je verantwoordelijkheid voor goed vervoer tijdens en na de corona crisis.”

Achtergrond
Het zorg- en taxivervoer in Nederland bestaat voor ongeveer 75% uit vervoer in het kader van speciale voorzieningen: WMO- vervoer (vervoer van ouderen en gehandicapten), leerlingenvervoer (voor kinderen met een beperking of een bepaalde geloofsovertuiging van en naar een specifieke school), ziekenvervoer (rolstoelgebruikers, blinden en slechtzienden, nierpatiënten en mensen die een behandeling tegen een carcinoom ondergaan) van en naar ziekenhuizen (via de zorgverzekeraars), Valysvervoer (bovenregionaal vervoer t.b.v. ouderen en gehandicapten), Wlz vervoer (voorheen AWBZ), vervoer van ouderen en patiënten van en naar instellingen, WSW/Wia (vervoer van en naar werkinstellingen of in het kader van scholing t.b.v. werk) en Regiotaxi (daar waar geen vaste OV bus meer rijdt, rijdt een vraagafhankelijk systeem). Ook het vervoer van huisartsen van en naar patiënten valt onder het zorgvervoer. Of mensen die liggend vervoerd worden middels een ligtaxi.

In het zorgvervoer zijn vooral publieke opdrachtgevers (waaronder ministerie van VWS (Valys), gemeenten, zorginstellingen en zorgverzekeraars). Veelal wordt dat vervoer gegund via (Europese) aanbestedingen.

Iedere week worden in Nederland meer dan een miljoen passagiers door zo’n 30.000 werknemers en 8.000 zelfstandigen naar hun bestemming gebracht. De totale omzet van de sector bedraagt naar schatting 1 miljard euro per jaar.